De Poolse Owczarek Nizinny , heeft een lange dikke vacht, met een zachte
ondervacht. Alle vachtkleuren zijn toegelaten, maar wit met grijs of zwart, of
volledig grijs komen het meest voor.
De ogen hebben een hazelnotenkleur of zijn bruin.
De neus is zwart.
De tanden staan in een stevige schaar- of tanggebit.
De rug is recht en breed gebouwd.
De lenden zijn goed gespierd en breed gebouwd.
De PON heeft overvloedig haar op zijn voorhoofd, wangen en
kin. De benen zijn bedekt met dichte ruwe haren. De dijen zijn goed gespierd en
breed gebouwd. De staart is van nature uit kort of wordt kort gecoupeerd.
Deze speelse, gelukkige, en alerte hond heeft een goed geheugen. Hij is
gehoorzaam, intelligent en aanhankelijk. Soms gereserveerd en terughoudend naar
vreemden toe, hij zal bezoekers luid aankondigen. De PON dient op zeer jonge
leeftijd gesocialiseerd te worden naar mensen toe.
Betrouwbaar en werkelijk gemakkelijk te trainen, een keer
je hem hebt ervan overtuigd dat het de juiste manier is. De PON zal zijn
eigenaar gelukkig maken. Hij leert snel en heeft een grote werkwilligheid
(will-to-please); hoewel hij ook soms een koppig bui kan hebben. Dit ras
reageert goed op een stevige maar eerlijke gehoorzaamheidstraining, bovendien is
hij ook slim, heeft een grote welwillendheid, kan zelfstandig denken en
beslissingen nemen.
De PON is een serieuze, verantwoordelijke hond die enkel
op provocatie zal bijten.
Deze schapenhoeder durft wel eens in een mensenhiel
knijpen, een typisch kuddehoedend gedrag.
De PON is een goede hond in omgang met kinderen, zeker
wanneer hij van kleins af aan met hen is opgegroeid, kan vriendelijk omgaan met
andere honden, maar staan hun mannetje als ze in hun leiderschap bedreigd
worden.
De PON kan samenleven met andere (niet-honden) huisdieren.
Als een werkhond gedurende verschillende eeuwen is de PON
ook dan pas gelukkig wanneer hij kan werken. Dit ras is levendig en slim genoeg
om alleen ingezet te worden als schapenhoeder. Deze schattige, ruwharige hond
zal nooit uitgroeien tot een kleine kalme schoothond. De PON is een
nieuwsgierige, gespierde, lenige hond, zal aansprakelijk zijn voor onaangename
verrassingen wanneer hij alleen wordt gelaten. Dit ras behoeft een standvastige
maar eerlijke eigenaar. Socialisering en training zijn belangrijk. Dit ras past
zich makkelijk aan en is een uitstekend reisgenoot.
De PON is een werkhond in hart en nieren. Vroeger waakte hij over kuddes op de
Poolse vlakten. Deze hond is zeker niet geschikt voor het stadsleven, tenzij je
van plan bent om een heleboel tijd te steken in het oefenen en werken met de
PON. Deze intelligente hond moet steeds gestimuleerd worden en een opdracht uit
te voeren hebben.
Een actief spel zoals het vangen van een frisbee, of
jullie aansluiten bij een agility-club is een van de zaken die u kunt doen om
hem te stimuleren en gelukkig te maken.
De Polski Owczarek Nizinny wordt afgekort tot PON en wordt soms ook de Poolse
Schapenhoeder van de Laagvlakte genoemd, omdat hij op deze laagvlakten
werkt. Het is een middelmatige grote, stevige schapenhoeder geëvolueerd van de
draadharige herdershonden van de Hongaarse vlakten, gekruist met andere kleine
langharige herdershonden.
Het drama van de tweede wereldoorlog heeft bijna geleidt
tot de uitroeiing van dit ras. Rasspecialisten beschouwen de PON een belangrijke
link tussen de oud draadharige Aziatische herders welke een duizend jaar geleden
overgebracht zijn naar Europa, en de meer recente ruwharige honden, zoals de
Schotse Bearded Collie en de Nederlandse Schapendoes. Dit ras kende een
heropleving dankzij ijverige Poolse kwekers na de tweede wereldoorlog. Populair
in Polen en in andere kontrijen, wordt hij gebruikelijk gehouden als
gezelschapshond, niettemin blijft hij een uistekende herdershond. Hij staat zijn
mannetje in 'obedience', 'tracking', 'agility' en 'therapy'.
Datum van de publicatie van de originele geldige
standaard: 07.08.1998
ORIGINE : Polen GEBRUIK: Gemakkelijk in de omgang, werkt als hoeder en waker. In
de
stad een goede gezelschapshond.
CLASSIFICATIE F.C.I.: Groep 1 : Sectie 1 Herderhonden; zonder werkproef
VOORKOMEN: De Polski Owczarek Nizinny is een middelmatige grote, compacte,
sterke, gespierde hond met lange dikke vacht. Goedgeborsteld is het een mooie en
interessante verschijning.
BELANGRIJKE VERHOUDINGEN: De hoogte en lengte van het lichaam verhoudt zich 9 op
10. De lengte van de snuit tot de schedel verhoudt zich 1 op 1, toch is de snuit
een beetje korter.
GEDRAG EN TEMPERAMENT: Hij heeft een levendige, doch ingehouden opstelling, is
waakzaam, intelligent, oplettend en heeft een goed geheugen.
Bestand tegen extreme temperaturen.
HOOFD: Van middelmatige grootte, goed in verhouding, niet te zwaar. Een dichte
vacht op de schedel, op de wangen en op de kin doet het hoofd groter lijken, dan
het eigenlijk is.
Schedel:
Matig breed, licht gewelfd. De voorhoofdsgroef en achterhoofdsknobbel of stop
moeten uitgesproken zijn.
GELAAT:
Neus: Zo donker mogelijk en passend bij de vachtkleur, met wijde neusgaten.
Snuit: Neusrug recht, krachtige afgekante kaken.
Lippen: Strak en goed gesloten, met de randen van dezelfde kleur als de neus.
Gebit: Krachtige kaken en tanden, sluitend in een schaar of tanggebit.
Ogen: Middelmatige grootte, ovaal en niet uitpuilend, kleur als van een
hazelnoot, met een levendige en doordringende blik. De oogranden moeten donker
zijn.
Oren: Hangend, nogal hoog aangezet, van middelmatige grootte, hartvormig, breed
aan de basis, zeer beweeglijk. De voorkant van het oor dicht tegen de wang.
HALS: Is van middelmatige lengte, krachtig en gespierd, zonder keelhuid,
horizontaal gedragen.
LICHAAM:
Lijn : Liever rechthoekig dan vierkant gebouwd.
Schoft: goed afgetekend.
Rug: recht en krachtig gespierd.
Lenden: breed gebouwd en welgevormd.
Kruis: kort, licht afgeknot.
Borst: diep, middelmatig breed, de ribben voldoende gebogen, niet vlak noch
rond.
Buik: vertoont een lichte elegante welving naar de achterkant.
STAART:
Kort of rudimentair van aanleg, zeer kort gecoupeerd.
Niet gecoupeerd is de staart redelijk lang en zeer harig. Het einde van
de staart hangt dan. Als de hond alert is, is de staart gebogen over de
rug, nooit krullend noch rustend op de rug. Een ongecoupeerde
middellange staart wordt op verschillende manieren gedragen.
LEDEMATEN:
VOORSTE LEDEMATEN: Van voren en van terzijde gezien: recht. Een goed
uitgebalanceerde houding dankzij een krachtig skelet.
Schouders: breed, van middelmatig lengte, hellend, goed aangesloten, krachtig
gespierd.
De middenvoeten: zijn ten opzichte van de onderarm iets schuin geplaatst.
Voeten: ovaal met gesloten, iets gebogen tenen, harde zolen. De korte nagels zo
donker mogelijk.
ACHTERSTE LEDEMATEN: Van achteraan gezien recht geplaatst, en goed gehoekt.
Dijen: Brede, goed gespierde dijen.
Spronggewricht: duidelijk ontwikkeld; zeer sterk.
Achterste voeten: compact en ovaal van vorm.
GANG/BEWEGING: Licht soepele draf. De hond gaat in telgang (zonder veel
uitwijken) bij het wandelen.
HUID: Strak aanliggend zonder plooien.
VACHT:
Haar: Het gehele lichaam is bedekt met dikke, ruige, dichte, en overvloedige
haren met een zachte ondervacht. Recht of licht golvend haar is aanvaarbaar. De
lange hoofdharen bedekken de ogen op karakteristieke wijze.
KLEUR: Iedere kleur en aftekening toegestaan.
AFMETINGEN: Hoogte
Reuen 45 - 50 cm
Teven 42 - 47 cm
De hond moet een werktype vertonen en hij moet wat grootte betreft consequent
aan de maten voldoen; hij mag niet te teer en te fijn zijn.
FOUTEN:
Elke afwijking van de hierboven opgesomde punten moet beschouwd worden als een
fout. De ernst van de fout dient worden afgewogen tegenover de juiste graad van
de afwijking.
N.B.: De reu dient te beschikken over twee volledig afgedaalde testikels.
als u uitgebreide informatie wenst over een bepaald ras, of u heeft vragen over een ras of het al dan niet geschikt is voor
u, raden wij u aan om telefonisch contact op te nemen